De lange weg
Treuren om een doodgeboren kind, een partner verliezen, afscheid nemen van
een moeder na een lange ziekte...: het lijkt allemaal heel verschillend, maar
toch gaat het telkens om hetzelfde proces. U neemt afscheid van iemand die voor
u heel belangrijk is geweest.
U zult die vertrouwde stem niet meer horen, dat gezicht niet meer zien, dat
lichaam niet meer kunnen aanraken. U neemt ook afscheid van een stukje van
uzelf, en dat doet pijn. In het begin kunt u zelfs niet geloven dat u echt
zonder die persoon verder moet: zijn aanwezigheid is nog zo reëel, dat het u
niet eens zou verwonderen als hij plots weer voor u zou staan. Alle dingen die u
aan hem herinneren, maken gevoelens van liefde en verdriet weer wakker; een lied
op de radio, een geur, een speeltuin, een haarspeld die u terugvindt, de
gelijkenis met een ander. Vaak zoekt u die situaties zelfs bewust op, in de hoop
dat u daarin iets terugvindt van degene die u zo mist.
Daarom bekijkt u ook foto's van vroeger, praat u met anderen over de
overledene, brengt u een bezoek aan het graf. Dit proces waarin u zich
blootstelt aan het verdriet, is tegelijk pijnlijk en troostend. In elk geval is
het nodig. Alleen door uzelf met het verlies te confronteren, kunnen negatieve
emoties afzwakken en komt er plaats voor prettige herinneringen. Een
rouwproces verloopt nooit geleidelijk en geordend. Soms denkt u dat het beter
gaat en krijgt u opnieuw vertrouwen, en dan komt het verdriet plots in alle
hevigheid terug. Zulke periodes kunnen tot lang na het verlies blijven
aanhouden. Dat het langzaam beter wordt, merkt u als emoties minder scherp
worden, als er langere periodes liggen tussen de momenten van sterk verdriet,
als er meer ruimte vrijkomt voor aangename herinneringen.
|